VALGANCICLOVIR

Merknaam

Valcyte® 

Afleveringsvorm

Comprimés van 450 mg.

UZG: De apotheek maakt onder laminaire airflow een suspensie met eindconcentratie van 60 mg/mL.

Indicatie

Bewezen ‘symptomatische’ congenitale CMV infectie (definitie symptomatisch: intra-uteriene groeiretardatie en/of petechiën en/of aantasting van centraal zenuwstelsel) bij baby geboren bij een postmenstruele leeftijd van ≥ 34 weken en maximaal 31 dagen oud bij start behandeling (< 34 ww: geen farmacokinetische gegevens).

Dosis

16 mg/kg/dosis (= 0,27 mL/kg/dosis van de orale suspensie à 60 mg/mL) enteraal om de 12 uur gedurende 6 weken. Dosis wekelijks aanpassen aan gewichtstoename.

Toedieningsweg

Peroraal of via maagsonde.

Monitoring

PBO, leverfunctie (bili, OT/PT), urinezuur en kreatinine 2 x per week gedurende de 1ste 3 weken, dan 1 x per week.

Farmacologie

Prodrug (L-valine ester) van ganciclovir. Wordt na orale toediening snel gesplitst door esterasen in de darmwand en lever tot actief ganciclovir. Goede orale biobeschikbaarheid. Inhibeert CMV DNA-synthese door (a) competitieve remming van de incorporatie van deoxyguanosinetrifosfaat in DNA door viraal DNA-polymerase en (B) beëindiging of sterke beperking van de verdere virale DNA-elongatie door de incorporatie van ganciclovirtrifosfaat in viraal DNA.

Bijwerking

Frequent: neutropenie, anemie, diarree; soms: trombocytopenie, transaminasenstijging, hyperbilirubinemie, nierfunctiestoornissen, koorts, braken.

Tegenaanwijzing

Neutrofielen < 500 cellen/microL; trombocyten < 25.000 cellen/microL; Hgb < 8 g/dL; dialyse.

Toxiciteit

Gelijktijdig gebruik van nefrotoxische medicatie (amfotericine B, vancomycine, aminoglycosiden, NSAID enz.): risico op additieve nefrotoxiciteit; voer doseringsaanpassing door op geleide van nierfunctie.

Gelijktijdig gebruik van didanosine of zidovudine (nucleoside reverse transcriptase inhibitoren): verhoogde kans op hematologische toxiciteit (door verhoogde AUC antiretroviraal middel); indien simultane toediening toch noodzakelijk doseringsinterval zo ver mogelijk van elkaar spreiden + evt. doseringsaanpassing van antiretroviraal middel.

Gelijktijdig gebruik van imipenem/cilastatine: risico op neurologische toxiciteit (convulsies); vermijd combinatie.

Vermijd direct huidcontact met de suspensie (draag latexhandschoenen); indien toch huidcontact: grondig wassen met zeep en water.

Bijzondere voorzorg

Bewaren in de koelkast; 35 dagen houdbaar.

Dosisinterval aanpassen bij nierinsufficiëntie.

Toedienen net voor een voeding. Geen herdosering na braken.

Therapie stoppen bij absolute neutropenie < 500 cellen/mm3 en hervatten zo > 750/mm3; wanneer daarna opnieuw neutropenie ≤ 750 cellen/mm3 verminder dosis met 50% en behandel verder zolang neutrofielen > 500 cellen/mm3. Indien opnieuw absolute neutropenie ≤ 500 cellen/mm3 onder 50% dosis: stop behandeling. Zo transaminasen verhogen tot >3x de uitgangswaarde: dosis halveren tot transaminasen weer dalen.

Specifieke bereiding

UZG: voor de behandeling van 1 patiënt zorgt de apotheek voor:

Bij aanvang van de behandeling: 60 mL van de suspensie 60 mg/mL.

Af te leveren na ongeveer een maand: 30 mL van de suspensie 60 mg/mL. Schrijf dit laatste voor op een wit voorschriftformulier (externe officina) met vermelding van de datum waarop de ouders de suspensie zullen komen afhalen in de ziekenhuisapotheek, breng een ziekenhuispatiëntenidentificatieklever aan en stuur dit samen met het voorschrift voor de aanvangsbehandeling naar de ziekenhuisapotheek.

Referentie

Eur J Pediatr 2006; 165: 575; PIDJ 2007; 26: 451; Curr Treatm Opt Neurol 2008; 10: 186; J Perinatol 2008; 28: 74; JID 2008; 197: 836; Eur J Clin Microbiol Infect Dis 2009; 28: 1465; Pediatr Pharm 2009; 15(10); JAC 2009; 63: 862; J Infect Chemother 2011 (DOI 10.1007/s10156-010-0204-z); Pediatr Internat 2011: 249-252 (DOI 10.1111/j.1442-200X.2010.03217.x).

Editie

29/07/2011

RICHTLIJNEN VOOR OUDERS

Mevrouw, mijnheer,

Uw baby wordt behandeld met een siroop wegens aangeboren besmetting met cytomegalovirus. Deze siroop is bereid in onze ziekenhuisapotheek; u kan deze niet verkrijgen bij uw lokale apotheker. Omdat de siroop maar 35 dagen houdbaar is en uw baby gedurende 42 dagen behandeld moet worden, moet u op ________________ een nieuwe fles afhalen bij onze apotheek in het UZ Gent (gebouw K12, kelderverdieping). Het voorschrift hiertoe is reeds ter plaatse.

Geef uw baby 2x per dag (’s morgens en ’s avonds) net voor een voeding _____ mL siroop met het bijgevoegd spuitje. Het is niet nodig de siroop opnieuw toe te dienen wanneer uw baby nadien melk teruggeeft of overgeeft. Wanneer u siroop morst op uw huid, was dan grondig met water en zeep. Bewaar de siroop in de koelkast.

Tijdens de behandeling moet uw kinderarts regelmatig het bloed van uw baby controleren op eventuele nevenwerkingen. Uw kinderarts is hiervan op de hoogte. Een 1ste afspraak maakt u best 3 à 4 dagen na het starten van de behandeling. Wanneer u nog andere medicatie aan uw baby geeft, meld dit dan aan uw kinderarts.

Wat vrouwen moeten weten over cytomegalovirus (CMV)

Wat is cytomegalovirus?

Cytomegalovirus (of CMV) is een overal voorkomend virus dat mensen van alle
leeftijden kan besmetten. Zowat iedereen zal dan ook vroeg of laat in zijn of haar
leven besmet worden. Eens CMV in je lichaam zit, draag je het mee voor de rest van je leven.

Hoe verloopt een CMV besmetting?

De meeste kinderen en volwassenen die besmet zijn met CMV hebben geen
symptomen en weten meestal zelfs niet dat ze besmet zijn. Anderen kunnen een beetje ziek worden. Symptomen omvatten koorts, keelpijn, vermoeidheid en gezwollen klieren, een ziektebeeld dat sterk vergelijkbaar is met klierkoorts. Zelfs als er symptomen opduiken naar aanleiding van een CMV besmetting zullen gezonde kinderen en volwassenen altijd genezen én geen gevolgen ondervinden op lange termijn. Ongeboren baby’s en mensen met verzwakte afweer kunnen echter wel ziek worden en/of ernstige gevolgen ondervinden op lange termijn.

Hoe wordt CMV verspreid?

Het virus komt voor in onze lichaamsvochten, zoals urine, speeksel, stoelgang,
moedermelk, bloed, tranen, sperma en vaginaal vocht. Men kan besmet geraken met CMV wanneer men in contact komt met deze lichaamsvochten. Aangezien er slechts kleine hoeveelheden virus in deze lichaamsvochten voorkomen, is bij een toevallig contact de kans op besmetting heel klein. CMV wordt niet overgedragen via de lucht. Je kan geen CMV opdoen door in dezelfde kamer te vertoeven als een besmet persoon, tenzij je in contact komt met de lichaamsvochten van deze persoon. Van mens tot mens kan je het dus wel krijgen door persoonlijk contact: kussen, sexueel contact, of door het overbrengen van speeksel of urine van een besmet persoon via handen naar je eigen neus of mond. Peuters of oudere kinderen die CMV hebben, kunnen het virus doorgeven via hun urine of speeksel aan hun moeder. De kans op besmetting via bloedtransfusies en orgaantransplantaties is in onze streken bijzonder klein.

Kan een zwangere CMV doorgeven aan haar baby?

CMV kan doorgegeven worden aan de baby op het moment van de geboorte door
contact met vaginaal vocht of later via borstvoeding. Een infectie opgelopen bij de
geboorte of om het even wanneer na de geboorte noemen we een verworven CMVinfectie. Bij gezonde voldragen baby’s veroorzaakt het oplopen van een CMV infectie op deze manier meestal geen problemen. Ongeveer 1/3 van de vrouwen die tijdens hun zwangerschap voor de eerste maal geïnfecteerd worden door CMV geven het virus door aan hun ongeboren kind. Dit noemen we een congenitale CMV infectie. Deze brochure gaat vooral over dit type van infectie. Vrouwen die reeds geïnfecteerd waren voor hun zwangerschap kunnen het virus ook doorgeven aan hun ongeboren kind, maar dit is zeldzaam. In Vlaanderen worden per 1000 geboorten 5 tot 10 baby’s geboren met een congenitale CMV infectie.

Welke gezondheidsproblemen veroorzaakt een congenitale CMV infectie
bij pasgeborenen?

Gelukkig vertonen de meeste kinderen bij geboorte geen tekenen van hun CMV
infectie. Bij 10-15 % zullen echter problemen aanwezig zijn. Zo ziet men soms van
bij de geboorte een groeiachterstand, stollingsafwijkingen zich uitend in petechiën
(kleine rode vlekjes onder de huid) en long-, lever- of miltproblemen (vergrote lever
of milt, geelzucht). Deze symptomen kunnen vanzelf verdwijnen. Een klein hoofdje,
verkalkingen in de hersenen, stuipen of abnormale spierspanning kunnen eveneens uitingen zijn van een congenitale CMV infectie. Ook gehoorsproblemen en problemen met het zicht kunnen reeds aanwezig zijn. Deze kinderen kunnen later een algemene ontwikkelingsachterstand vertonen, zowel geestelijk als lichamelijk. Ongeveer één op tien van de kinderen die normaal zijn bij geboorte, zullen in de eerste levensmaanden tot –jaren toch nog gehoorsproblemen (mild of ernstig) of zichtafwijkingen (zeldzaam) ontwikkelen. Ook leerstoornissen en
ontwikkelingsachterstand kunnen later nog optreden, zij het ook eerder zeldzaam.

Hoe worden zwangere vrouwen besmet?

Zwangere vrouwen die CMV negatief zijn zullen meestal besmet worden door
intensieve contacten met een besmet kind. Vooral op plaatsen waar kleine kinderen intensief samen leven/spelen (kribbes, kleuterklassen, tehuizen, ….) zien we een sterke verspreiding van het CMV onder de kinderen van 1 tot 4 jaar oud. Een kind dat op jonge leeftijd besmet wordt is zelf niet ziek maar is wel een onopgemerkte verspreider van het virus! Zwangere vrouwen moeten de nodige voorzorgsmaatregelen in acht nemen bij contact met jonge kinderen. Vooral contact met speeksel en urine van jonge kinderen moet zoveel als mogelijk vermeden worden. Vooral jonge moeders, die reeds 1 of meerdere jonge kinderen in huis hebben, zullen hier extra voorzichtigheid aan de dag moeten leggen.

Hoe kan je vermijden dat je CMV opdoet tijdens de zwangerschap?

Je kan nooit voor 100 % vermijden dat je CMV opdoet tijdens de zwangerschap, maar je kan wel een aantal maatregelen nemen die het risico op verspreiding van CMV verlagen:
1. Was je handen vaak met zeep en water, zeker na luierwisseling of contact met
speeksel en neussecreties. Was grondig gedurende 15-20 sec. Gebruik bij
voorkeur een eigen handdoek of wegwerpbare handdoekjes! Draag geen ringen, armbanden of uurwerken. Dit bemoeilijkt een goede handhygiëne.
Kiemen nestelen zich in en onder juwelen!
2. Geef geen kusjes op mond of wang bij kinderen jonger dan 5 à 6 jaar. Je mag
ze wel een kusje op hun hoofd of een dikke knuffel geven!
3. Eet niet uit hetzelfde bord of drink niet uit hetzelfde glas als jonge kinderen,
en deel ook niet hun eetgerei (lepels, vorken).
CMV als beroepsrisico

Mensen die beroepshalve intensieve contacten hebben met kleine kinderen kunnen beroepsmatig besmet worden met CMV. Belangrijk hierbij zijn het al dan niet hebben van verzorgende contacten (verpamperen, hulp bij toiletsituaties, …) én de leeftijd van de kinderen. Vaak wordt de leeftijdsgrens van 6 jaar (= kleuterleeftijd) gehanteerd. De mate waarin handhygiëne strikt zal kunnen worden toegepast, is hier tevens belangrijk. Studies wijzen uit dat strikte handhygiëne in ziekenhuismilieu beter te realiseren is dan in kribbes. Iedere werkgever moet een risicoanalyse maken in het kader van de wetgeving moederschapsbescherming. In die risicoanalyse worden de maatregelen vastgelegd die zullen worden toegepast indien een risico wordt vastgesteld. De te nemen maatregelen zijn achtereenvolgend aanpassing van de arbeidspost , aanbieden van een andere arbeidspost of effectieve verwijdering gedurende de periode van zwangerschap en/of borstvoeding. Iedere werknemer moet vooraf geïnformeerd worden omtrent de maatregelen moederschapsbescherming die voor haar van toepassing zijn. Vraag naar het intern document moederschapsbescherming of neem contact op met uw arbeidsgeneesheer indien dit voor u nog onduidelijk is!

Is er een test voor CMV?

Via laboratoriumtesten kan men nagaan of een vrouw reeds een CMV-infectie heeft
doorgemaakt. Deze testen voorspellen echter niet of de baby gezondheidsproblemen gaat hebben. Bij de baby wordt de diagnose congenitale CMV infectie gesteld door onderzoek van de urine (speeksel of bloed zijn ook bruikbaar), binnen de eerste 2 weken na de geboorte. Wanneer men het onderzoek na de eerste 2 levensweken doet, kan het vinden van het virus ook wijzen op een infectie, opgedaan tijdens of na de geboorte.

Is er een behandeling voor CMV?

Voor pasgeboren baby’s (jonger dan 1 maand) met hoog risico op gehoorsproblemen bestaat er een medicamenteuze behandeling. Deze vraagt echter een langdurige opname (6 weken) in het ziekenhuis en gaat gepaard met een aantal risico’s op korte en lange termijn. Daarom wordt ze niet zomaar aan elke baby met congenitale CMV infectie aangeboden. Uw (kinder)arts zal dit met u bespreken zo uw baby in aanmerking komt voor deze behandeling. Er zijn studies lopende met een medicament dat via de mond kan ingenomen worden, waardoor thuisbehandeling eventueel mogelijk zou worden. Het nut van antivirale medicatie of het toedienen van antistoffen tijdens de zwangerschap wordt onderzocht, maar is nog niet algemeen aanvaard.Vaccins om CMV infectie te voorkomen zijn nog in het onderzoeks- en ontwikkelingsstadium.

Opvolging van baby’s met congenitale CMV

Baby’s met bewezen congenitale CMV infectie worden best regelmatig opgevolgd
wat betreft hun gehoor en hun neurologische ontwikkeling. Het gehoor wordt getest
om de 6 maanden tot de leeftijd van 3 jaar en daarna jaarlijks tot de leeftijd van 6 jaar. Wanneer veranderingen in het gehoor worden vastgesteld, kan het nodig zijn
frekwenter te gaan testen. De neurologische ontwikkeling (kruipen, lopen, praten
enz.) wordt geëvalueerd op 4 maanden, 1 jaar, 1 1/2 jaar, 2 1/2 jaar, 4 1/2 jaar en 6 jaar. Hoewel de kans op latere oogafwijkingen zeer klein is, is het toch aanbevolen jaarlijks een controle te doen bij de oogarts tot de leeftijd van 6 jaar. Verder moeten kinderen met congenitale CMV infectie dezelfde routine opvolging krijgen bij hun arts zoals alle andere kinderen en mogen zij ook alle vaccinaties krijgen, tenzij er andere redenen zijn om niet te vaccineren.

Het Vlaams congenitaal CMV register

Op 1 januari 2007 is een werkgroep bestaande uit neonatologen, neus-keel-oorartsen en kinderartsen in Vlaanderen gestart met het verzamelen en bijhouden van gegevens over kinderen met congenitale CMV infectie. Hierdoor willen we een beter beeld krijgen van de problematiek in Vlaanderen. Opname van de gegevens van een kind in dit register gebeurt enkel na schriftelijke toelating van de ouders. Indien u hiervoor belangstelling hebt of hieraan wil meewerken, dan kan u contact opnemen met de coördinatoren van het register
(Versie november 2010)